Praktisch

Voor het eerst een camper huren — waar je op moet letten

Voor het eerst een camper huren? Dit zijn de dingen die echt uitmaken: de eerste rit, waterhuishouding, standplaats kiezen en hoeveel je op een dag wilt rijden.

Bijgewerkt 8 min lezen

De eerste keer met een camper op reis is minder ingewikkeld dan de meeste mensen verwachten, maar er zijn een paar dingen die het verschil maken tussen een vlotte week en een week waarin je vooral aan het uitzoeken bent. Dit is wat we onze huurders bij de overdracht altijd vertellen.

1. Plan minder dan je denkt

Dit is met afstand het belangrijkste punt. Een camper is geen auto: je rijdt langzamer, je stopt vaker en aankomen op een standplaats kost tijd — waterpas zetten, stroom aansluiten, luifel uitdraaien. Reken daar een half uur voor, en nog eens een half uur bij het vertrekken.

Voor een eerste reis is 150 tot 200 kilometer per dag ruim. Wie in een week van IJsselstein naar de Provence en terug wil, komt thuis met het gevoel dat hij op de snelweg heeft gewoond. Kies liever één regio en blijf daar twee of drie nachten per plek.

2. Houd de eerste bestemming dichtbij

Voor de allereerste rit is een uur rijden genoeg. Vanaf IJsselstein zit je in een half uur op de Utrechtse Heuvelrug en in een uur op de Veluwe of in de Loonse en Drunense Duinen. Het voordeel is niet alleen dat je gewend raakt aan het voertuig: mocht er iets zijn — je bent iets vergeten, iets werkt niet zoals verwacht — dan ben je snel terug.

3. Rijd eerst een rondje

Neem na het ophalen niet direct de snelweg. Rijd een kwartier door de omgeving: een rotonde, een bocht, een keer achteruit. Je merkt dan meteen wat de twee dingen zijn waar je op moet letten.

De hoogte. Bijna 3 meter. Dat getal moet in je hoofd zitten, want parkeergarages, oude tunnels en overhangende takken zijn het klassieke leermoment. Als er een hoogtebord staat, geldt het voor jou.

De achterkant. Bij 7,5 meter snijdt het achterwiel de bocht af en zwaait de achterkant uit. Neem rotondes en bochten ruimer dan je gewend bent.

4. Water is een systeem, niet een kraan

Dit is voor beginners het meest onverwachte onderdeel. Een camper heeft drie watersystemen die je alle drie moet bijhouden:

  • Verswater — de tank waaruit je kraan en douche komen. Bij ons 105 liter op de Chausson. Met vier personen is dat ongeveer twee dagen bij normaal gebruik.
  • Afvalwater (grijswater) — wat uit de gootsteen en de douche komt. Die tank moet je legen op een daarvoor bedoeld punt, niet in de berm.
  • Toilet (zwartwater) — een uitneembare cassette die je op een chemisch toilet leegt.

Praktisch betekent dit dat je bij het plannen van je route rekening houdt met vul- en lospunten. In Duitsland heeft vrijwel elke Stellplatz die; in Nederland en Frankrijk wisselt het per camping. Vraag ernaar bij het reserveren.

5. Stroom: drie bronnen, elk voor iets anders

Een camper heeft een startaccu (voor de motor) en een of meer huishoudaccu’s (voor licht, pomp, koelkast). Die laden bij op drie manieren: rijden, walstroom op de camping, of het zonnepaneel.

Wat je moet weten: de airco en de meeste 230V-stopcontacten werken alleen op walstroom. Sta je zonder stroomaansluiting, dan werken licht, pomp en koelkast wel, maar je waterkoker niet. Dat is geen defect maar hoe het systeem in elkaar zit.

6. De koelkast schakelt zelf

De koelkast werkt op gas, 12 volt of 230 volt en schakelt automatisch over naar wat beschikbaar is. Tijdens het rijden: 12V. Op de camping met stroom: 230V. Zonder stroom: gas. Je hoeft er niets aan te doen — behalve hem de avond voor vertrek al aanzetten, want koud worden kost een paar uur.

7. Waterpas staan is geen luxe

Een camper die niet waterpas staat, is verrassend onaangenaam: je merkt het in bed, de koelkast werkt minder goed en water blijft in de gootsteen staan. Op de Chausson druk je op een knop en zetten de elektrische stabilisatoren de camper recht. Bij de Adria draai je de steunpoten uit of gebruik je oprijblokken.

8. Reserveer je eerste nachten

Ervaren campereigenaren rijden vaak zonder reservering en zien ‘s middags waar ze uitkomen. Doe dat niet op je eerste reis. Aankomen bij een vol terrein terwijl het donker wordt en je nog aan het voertuig moet wennen, is precies het soort avond dat je niet wilt.

Vanaf je tweede of derde reis is improviseren juist het leuke deel.

9. Neem minder mee dan je van plan bent

Beddengoed, handdoeken, pannen, borden, bestek, stoelen, tafel, stroomkabel en waterslang zitten bij ons bij de huurprijs in. Wat je zelf meeneemt is kleding, eten en toiletspullen.

De verleiding is om “voor de zekerheid” veel mee te nemen. Maar bergruimte is de schaarste in een camper, en alles wat je meeneemt moet ergens liggen — ook als je rijdt. Losse spullen op het aanrecht zijn na de eerste bocht overal.

10. Vraag het gewoon

Het voordeel van direct van de eigenaar huren is dat er iemand is die de camper kent en telefonisch bereikbaar is. Werkt de verwarming niet zoals je verwacht, twijfel je over het laadschema van de accu, of weet je niet of je ergens langs kunt met deze hoogte? Bellen kost een minuut en scheelt vaak een halve dag.

Tot slot: het gaat waarschijnlijk goed

De meeste mensen die voor het eerst een camper huren, zeggen bij het terugbrengen twee dingen: dat het rijden makkelijker was dan verwacht, en dat ze te veel hadden gepland. Neem die twee mee en je eerste reis is een goede.

Wil je gewoon een keer proberen of het bij je past? Een weekend van drie nachten op een uur rijden is daarvoor de beste test — bekijk de beschikbaarheid of lees eerst wat een camperreis ongeveer kost.

Veelgestelde vragen

Heb ik ervaring nodig om een camper te huren?

Nee. Rijbewijs B is voldoende en beide onze campers rijden als een grote bestelwagen. Bij het ophalen nemen we ruim een uur de tijd om alles door te nemen. Ons advies voor de eerste keer is vooral: houd de afstand kort en plan minder dan je denkt.

Hoeveel kilometer per dag is realistisch?

Voor een eerste reis is 150 tot 200 kilometer per dag ruim genoeg. Een camper rijdt langzamer dan een auto, je stopt vaker en het opzetten en afbreken op een standplaats kost tijd.

Wat is het meest gemaakte beginnersfoutje?

Te veel willen. De tweede is vergeten dat de camper bijna 3 meter hoog is — een parkeergarage of een lage tak is het klassieke leermoment.